Toetscriteria
Beginselen en waarden zijn makkelijk uit te spreken, maar moeilijker naar te leven. Ik heb iets concreets nodig om opties te wegen en keuzes te maken. Daarvoor hanteer ik vier toetscriteria. Mijn toetscriteria zijn volgordelijk. En als één van de vier criteria niet klopt, zeg ik nee, hoe aantrekkelijk de andere drie ook zijn.
Connectie
De mensen met wie ik omga of zou gaan werken — is er een klik?
Kunnen we betekenisvolle relaties aangaan? Kunnen we een vertrouwensband opbouwen? Voelt het natuurlijk, of voelt het geforceerd? Luisteren we, of willen we gehoord worden? Wordt mijn manier van werken gerespecteerd, of wordt er in de eerste gesprekken al geprobeerd me ergens anders naartoe te duwen?
Connectie vraagt om contact. Ze is geworteld in vrijheid, gelijkwaardigheid en aanwezigheid. Als er geen échte connectie is, is de rest verloren tijd. Zonder connectie ervaar ik leegte. Ik heb het geleerd. Waar ik vanaf het begin geen klik voelde, is het meestal niet goed afgelopen.
Context
De omgeving waarin ik me bevind of zou gaan werken — past die bij wie ik ben?
Wat voor organisatie is dit? Wat kenmerkt haar identiteit? Wat zijn haar intenties? Wat is haar strategie, bedrijfsmodel en verdienmodel? Hoe is ze georganiseerd en gestructureerd? In welke sector is ze actief? Welke industrie? Met welke belangen? Met welk mens- en wereldbeeld?
Ik wil niet werken op plekken waar mensen tot productiemiddelen worden gereduceerd. Ik kan niet werken voor sectoren die structureel schade toebrengen. Ik doe er niet verstandig aan te werken in een context die botst met mijn diepste overtuigingen en kernwaarden. Sommige organisaties zijn niet goed voor mij, en ik ben verkeerd voor hen. Dat is geen oordeel. Het is een kwestie van passen of niet passen.
Content
De opgave, opdracht of het werk zelf — past het bij me?
Wat wordt er inhoudelijk gevraagd? Is dit werk dat ik kan doen? Dat ik wil doen? Dat zinvol voelt? Voegt het toe aan wat de wereld nodig heeft, of alleen aan iemands omzet? Ben ik hier alleen maar om anderen rijk te maken?
Om hier eerlijk tegen mezelf te blijven, gebruik ik slechts één vraag. Een vraag die ik voor mezelf uitspreek, waarbij ik de klemtoon verschuif om telkens een andere laag bloot te leggen. Die vraag, en hoe ik haar gebruik, is mijn persoonlijk filter.
Compensatie
Wat krijg ik ervoor — en is dat passend?
Pas als het goed zit met de eerste drie toetscriteria, kijk ik naar de beloning. Dat is geen geringe overweging — ik heb drie kinderen, verplichtingen, ambities en dromen die geld kosten. Compensatie creëert vormen van vrijheid. Maar zij staat bewust onderaan. Als connectie, context en content kloppen, is er meestal een eerlijke prijs te vinden. Als die eerste drie toetscriteria niet kloppen, is geen enkele prijs goed genoeg.
Compensatie gaat voor mij niet alleen over geld. Soms is de niet-tastbare beloning belangrijker: nieuwe inzichten opdoen, kennis en vaardigheden ontwikkelen, iets goeds doen, bouwen aan iets dat blijft staan, werken met mensen van wie ik iets kan opsteken. Die vormen van waarde tellen ook mee.
← Terug naar Manifest · Vorige: Waarden · Volgende: Filter →